Agility training

Agility training richt zich op het verbeteren van het vermogen om snel en gecontroleerd van richting te veranderen, te versnellen en af te remmen, terwijl balans en lichaamscontrole behouden blijven. Het wordt veel toegepast in balsporten en andere sporten waar reactiesnelheid en wendbaarheid bepalend zijn voor prestaties, zoals voetbal, tennis en vechtsporten. Typische oefeningen zijn ladderoefeningen, pionnenparcours, zijwaartse shuffles en reactieve sprints op een visueel of auditief signaal. Agility combineert meerdere fysieke eigenschappen: kracht en power voor de explosieve richtingsverandering, coördinatie en proprioceptie om de beweging te controleren, en cognitieve snelheid om snel te reageren op een veranderende situatie. Agility training wordt vaak opgebouwd in fases: eerst worden vaste, voorspelbare bewegingspatronen getraind (bijvoorbeeld een vast ladderpatroon), waarna geleidelijk reactieve elementen worden toegevoegd, zoals een coach die willekeurig een richting aanwijst. Voor atleten in snelheidsafhankelijke sporten wordt agility training meestal twee tot drie keer per week ingepland, los van of in combinatie met krachttraining, met voldoende aandacht voor warming-up gezien de explosieve aard van de oefeningen.

← Terug naar de kennisbank