Snelheidstraining richt zich op het verbeteren van de maximale loopsnelheid en de capaciteit om snel te accelereren, en wordt veel toegepast in sprintsporten en balsporten waar snelheid een directe invloed heeft op prestaties. Snelheidstraining omvat verschillende componenten: acceleratietraining (het vermogen om snel op te bouwen vanuit stilstand), maximale snelheidstraining (het handhaven van topsnelheid over een langere afstand) en snelheidsuithoudingsvermogen (het vermogen om hoge snelheid te handhaven onder vermoeidheid). Typische trainingsmethoden omvatten korte sprints over verschillende afstanden, weerstandssprints met een sleeslee of parachute, en techniektraining gericht op loophouding, armzwaai en grondcontacttijd. Omdat snelheidstraining vraagt om maximale inspanning bij elke herhaling, worden sprints doorgaans uitgevoerd met volledig herstel tussen pogingen (vaak 2 tot 5 minuten rust), om vermoeidheid te voorkomen die de kwaliteit en snelheid van latere sprints zou verminderen. Krachttraining, met name gericht op power en explosiviteit, wordt vaak gecombineerd met specifieke snelheidstraining om de onderliggende krachtbasis te ontwikkelen die nodig is voor maximale snelheid.




