Spierfalen, of failure, is het punt tijdens een set waarop een herhaling niet meer met correcte techniek kan worden voltooid, ondanks maximale inspanning. Trainen tot spierfalen wordt door sommige sporters en schema’s bewust ingezet om de maximale prikkel voor spiergroei te garanderen, omdat het zeker stelt dat alle beschikbare spiervezels zijn aangesproken. Tegelijkertijd brengt trainen tot spierfalen meer vermoeidheid en een langere hersteltijd met zich mee, vooral bij zware compound-oefeningen, waardoor het niet bij elke set of elke training wordt toegepast. Veel moderne trainingsbenaderingen werken liever met een richtlijn van 0 tot 2 RIR (Reps in Reserve) in plaats van consequent tot volledig falen te trainen, omdat onderzoek suggereert dat de extra prikkel van trainen tot echt falen vaak niet in verhouding staat tot de extra vermoeidheid en herstelbehoefte. Spierfalen kan daarnaast technisch falen (waarbij de vorm verslechtert) zijn of absoluut falen (waarbij de beweging volledig stopt) — het onderscheid is relevant omdat te lang doortrainen tot absoluut falen bij complexe oefeningen het blessurerisico kan vergroten.




