Adaptogeen

Verzamelnaam voor planten of paddenstoelen die in de traditionele geneeskunde worden geassocieerd met het lichaam in balans houden bij dagelijkse belasting. Het concept van adaptogenen is afkomstig uit de Sovjet-farmacologie van de twintigste eeuw, waarbij onderzoekers op zoek waren naar stoffen die het lichaam zouden helpen zich aan te passen aan uiteenlopende vormen van stress, zonder een specifiek, eenzijdig effect te hebben. Klassieke voorbeelden van planten en paddenstoelen die in deze traditie als adaptogeen worden beschouwd, zijn ashwagandha, rhodiola rosea, ginseng en bepaalde functionele paddenstoelen zoals reishi en cordyceps. Adaptogenen worden van oudsher toegepast binnen tradities zoals de Ayurveda en de traditionele Chinese geneeskunde, vaak in de vorm van gedroogde wortel, extract of poeder. Binnen de Europese regelgeving is er vooralsnog geen officieel erkende, vastgestelde definitie of toegestane gezondheidsclaim verbonden aan de term “adaptogeen”, wat betekent dat productinformatie over dergelijke planten zich beperkt tot traditioneel gebruik en samenstelling, zonder uitspraken te doen over specifieke effecten op het lichaam.

← Terug naar de kennisbank