Glycogeendepletie is de uitputting van de opgeslagen glycogeenvoorraden in spieren en lever, die optreedt na langdurige of intensieve inspanning, of na een periode van lage koolhydraatinname. Wanneer glycogeenvoorraden laag zijn, kan het lichaam minder efficiënt energie leveren voor inspanning van hoge intensiteit, wat zich vertaalt in eerder optredende vermoeidheid, verminderde kracht en een afname van trainingsprestaties — een fenomeen dat in de wielersport en marathonlopen bekend staat als “tegen de muur lopen”. Sommige trainingsbenaderingen passen bewust gecontroleerde glycogeendepletie toe, bijvoorbeeld door af en toe op lage koolhydraatvoorraden te trainen, met het idee dat dit bepaalde metabole aanpassingen kan stimuleren, zoals een verbeterd vetgebruik tijdens inspanning. Voor de meeste krachtsporters en mensen die primair aan hypertrofie of kracht werken, wordt het echter doorgaans aangeraden om voldoende glycogeenvoorraden te behouden via consistente koolhydraatinname, omdat depletie de trainingsintensiteit en daarmee de mechanische spanning — een sleutelfactor voor spiergroei — negatief kan beïnvloeden.




