Hypertrofie

Hypertrofie is de toename van spiervolume als gevolg van training, en wordt over het algemeen beschouwd als het resultaat van drie samenhangende mechanismen: mechanische spanning, spierschade op microniveau en metabole stress. Mechanische spanning ontstaat door het tillen van voldoende zwaar gewicht, spierschade door de combinatie van spanning en bewegingsuitslag (met name in de eccentrische fase), en metabole stress door de opbouw van metabolieten tijdens sets met hogere herhalingsaantallen. Trainingsschema’s gericht op hypertrofie werken doorgaans met gematigde tot hoge herhalingsaantallen (6 tot 20), meerdere sets per spiergroep, en relatief korte rustperiodes tussen sets (30 tot 90 seconden) om voldoende metabole stress op te bouwen. Naast trainingsvariabelen spelen voeding (met name voldoende eiwitinname) en herstel een cruciale rol bij hypertrofie, omdat het lichaam tijd en bouwstoffen nodig heeft om beschadigde spiervezels te herstellen en te versterken. Hypertrofie wordt onderverdeeld in sarcoplasmatische hypertrofie (toename van het vloeistofvolume in de spiercel) en myofibrillaire hypertrofie (toename van de contractiele eiwitstructuren).

← Terug naar de kennisbank