Leucine

Leucine is een essentieel, vertakt-keten aminozuur (BCAA) dat een bijzondere positie inneemt in het aminozuurmetabolisme door zijn rol als primaire activator van de mTOR (mechanistic target of rapamycin) signaleringsroute, een centraal regelmechanisme voor de eiwitsynthese in spiercellen. Van de drie BCAA’s (leucine, isoleucine en valine) is leucine het meest potente voor het stimuleren van de anabole signalering in spierweefsel, wat het bijzondere wetenschappelijke en praktische interesse heeft opgeleverd in de sportvoedingsliteratuur. Leucine komt voor in alle complete eiwitbronnen, met de hoogste concentraties in zuivelproducten, met name wei-eiwit, en in vlees en eieren.

Leucine en mTOR-activering
De mTOR-signaleringsroute regelt de eiwitsynthese in reactie op voedingssignalen en energiestatus van de cel. Leucine fungeert als een directe sensor voor aminozuurbeschikbaarheid die de mTOR-activiteit verhoogt wanneer voldoende leucine aanwezig is. De zogenaamde leucinedrempel is de minimale concentratie leucine per maaltijd die nodig is voor maximale postprandiale eiwitsynthese-activering, geschat op circa 2-3 gram leucine per maaltijd voor de meeste volwassenen. Wei-eiwit bevat circa 10-11% leucine, wat betekent dat een portie van 25-30 gram wei-eiwit voldoende leucine levert om de drempel te bereiken.

Leucine in supplementen
Als supplement is leucine beschikbaar als vrij aminozuur in poeder- of capsulevorm, als onderdeel van BCAA-formules en als bestanddeel van EAA-supplementen. De meest gangbare toepassing van geïsoleerd leucine is als aanvulling op maaltijden of eiwitshakes die een lager leucinegehalte hebben dan optimaal voor het bereiken van de leucinedrempel. Plantaardige eiwitten, die doorgaans een lager leucinegehalte hebben dan dierlijke eiwitten, zijn een specifieke toepassingscontext voor leucinesuppletie om de leucinedrempel te bereiken bij een plantaardig voedingspatroon.

Leucine en spiereitwitsynthese
Wetenschappelijk onderzoek heeft consequent aangetoond dat leucine de postprandiale eiwitsynthese maximaliseert wanneer voldoende van dit aminozuur aanwezig is. Dit heeft geleid tot de formulering van BCAA-supplementen met een hogere leucineverhouding (4:1:1 en zelfs hoger) ten opzichte van de standaard 2:1:1 verhouding, gebaseerd op de centrale rol van leucine als mTOR-activator. Of deze hogere verhoudingen daadwerkelijk superieur zijn aan standaard BCAA-verhoudingen wanneer de totale dagelijkse eiwitinname adequaat is, is wetenschappelijk nog niet definitief vastgesteld.

Voedingsbronnen met hoog leucinegehalte
Wei-eiwit concentraat en isolaat bevatten de hoogste leucinegehalten van de gewone voedingssupplementen, circa 10-11% van het totale eiwitgehalte. Andere rijke bronnen zijn rundereiwitten, kipfilet, tonijn, eieren en Parmezaanse kaas. Plantaardige bronnen met relatief hoog leucinegehalte zijn sojaeiwitproducten, tempeh, linzen en pompoenpitten, hoewel de absolute leucineconcentratie lager is dan in de meeste dierlijke bronnen.

EFSA en leucine
Leucine als onderdeel van eiwit deelt de goedgekeurde gezondheidsclaims van eiwit als macronutriënt. Er zijn geen specifieke EFSA-gezondheidsclaims goedgekeurd voor geïsoleerd leucine als supplement. Aanbieders van leucinesupplementen mogen de chemische rol van leucine in het aminozuurmetabolisme feitelijk beschrijven maar mogen geen specifieke gezondheidsclaims maken die niet door EFSA zijn goedgekeurd voor gebruik in marketing van voedingssupplementen gericht op Europese consumenten.

Voor consumenten die een plantaardig dieet volgen verdient leucine extra aandacht. Plantaardige eiwitbronnen hebben over het algemeen een lager leucinegehalte per gram eiwit dan dierlijke bronnen, wat betekent dat bij gelijke totale eiwitinname de leucine-inname lager is. Geïsoleerde leucine-suppletie of BCAA-suppletie met hoog leucinegehalte kan voor plantaardige sporters een praktische aanvulling zijn voor het bereiken van optimale anabole signalering per maaltijd.

De rol van leucine als drempelaminozuur voor eiwitsynthese heeft ook gevolgen voor het verspreiden van eiwitinname over de dag. Onderzoek suggereert dat meerdere maaltijden per dag die elk de leucinedrempel bereiken effectiever zijn voor het maximaliseren van de dagelijkse totale eiwitsynthese dan dezelfde totale hoeveelheid eiwit in minder maar grotere maaltijden. Dit principe van leucine-optimale maaltijdverdeling is relevant voor sporters die spiergroei als prioritaire trainingsdoelstelling hebben. en zo de dagelijkse eiwitsyntheserespons over de maaltijden heen te maximaliseren voor optimale spiergroei en -behoud op elk niveau van sportprestatie en voedingspatroon

← Terug naar de kennisbank