Verzamelnaam voor stoffen die worden geassocieerd met cognitieve functies zoals focus en mentale alertheid. De term “nootropica” werd in de jaren zeventig geïntroduceerd door de Roemeense scheikundige Corneliu Giurgea, die criteria opstelde voor stoffen die volgens hem cognitieve functies zouden kunnen ondersteunen zonder noemenswaardige bijwerkingen. Tegenwoordig wordt de term breder gebruikt en omvat zowel synthetische verbindingen als natuurlijke stoffen, kruiden en paddenstoelen waaraan in de volksmond cognitieve eigenschappen worden toegeschreven, zoals lion’s mane, rhodiola rosea, L-theanine en cafeïne. Binnen de Europese regelgeving bestaat er geen officieel erkende categorie “nootropica” met bijbehorende toegestane gezondheidsclaims; elke individuele stof binnen een nootropisch product wordt afzonderlijk beoordeeld op basis van de geldende regels voor voedingssupplementen en gezondheidsclaims. Producten die als “nootropisch” worden gepositioneerd, combineren vaak meerdere stoffen in één formule, vanuit de gedachte dat verschillende werkingsmechanismen elkaar zouden kunnen aanvullen, al is wetenschappelijk bewijs voor specifieke combinatie-effecten van dergelijke “stacks” doorgaans beperkter dan voor de afzonderlijke bestanddelen.




