Spierdwarsdoorsnede verwijst naar de oppervlakte van een spier wanneer deze loodrecht op de lengterichting wordt doorgesneden, en is een directe maatstaf voor de hoeveelheid spierweefsel op een specifiek punt. Een grotere spierdwarsdoorsnede hangt sterk samen met een groter krachtpotentieel, omdat meer spierweefsel doorgaans meer kracht kan genereren, hoewel de exacte relatie ook wordt beïnvloed door factoren als spiervezeltype, pees-aanhechtingshoek en neuromusculaire efficiëntie. Hypertrofietraining, gericht op het vergroten van spierdwarsdoorsnede, wordt vaak gemeten met technieken zoals MRI-scans of ultrasound in wetenschappelijk onderzoek, terwijl in de praktijk omtrekmetingen (zoals de omvang van de bovenarm of dij) vaak als indirecte, praktische indicator worden gebruikt. Spierdwarsdoorsnede neemt toe door zowel myofibrillaire als sarcoplasmatische hypertrofie, en is een van de belangrijkste fysiologische aanpassingen die ten grondslag liggen aan de lange-termijn krachttoename die ervaren krachtsporters doormaken, nadat de initiële neuromusculaire aanpassingen grotendeels hebben plaatsgevonden.




