Supercompensatie is het fysiologische proces waarbij het lichaam na een trainingsprikkel, gevolgd door voldoende herstel, een prestatieniveau bereikt dat hoger ligt dan voor de training. Het model gaat ervan uit dat een training tijdelijk een verminderd prestatievermogen veroorzaakt (door vermoeidheid en microschade), gevolgd door een herstelfase waarin het lichaam zich niet alleen terugbrengt naar het oorspronkelijke niveau, maar daar zelfs bovenuit stijgt — als een soort beschermende overcompensatie tegen toekomstige, vergelijkbare belasting. Als een volgende training precies in deze verhoogde fase plaatsvindt, kan progressieve opbouw van kracht en conditie ontstaan. Wordt er te vroeg getraind, voordat herstel is voltooid, dan kan dit leiden tot cumulatieve vermoeidheid en uiteindelijk overtraining. Wordt er te laat getraind, dan kan het supercompensatie-effect weer wegvloeien voordat het wordt benut. Hoewel het model een vereenvoudigde weergave is van complexe fysiologische processen, wordt het vaak gebruikt om het belang van de juiste balans tussen training en herstel te illustreren binnen periodisering.




