Trainingsfrequentie verwijst naar hoe vaak een spiergroep, oefening of het hele lichaam per week wordt getraind. Onderzoek naar hypertrofie suggereert dat het trainen van een spiergroep twee keer per week over het algemeen tot iets betere resultaten leidt dan eenmaal per week, mits het totale wekelijkse volume gelijk blijft — al is dit effect bij hoger trainingsvolume per sessie minder uitgesproken. Trainingsfrequentie hangt nauw samen met de keuze voor een trainingsschema: full-body schema’s trainen elke spiergroep vaak drie tot vier keer per week, terwijl bodypart-splits een spiergroep vaak slechts één keer per week belasten, maar dan met meer volume in die ene sessie. Een hogere frequentie maakt het mogelijk om het wekelijkse trainingsvolume over meer, kortere sessies te verdelen, wat voor sommige sporters prettiger trainbaar is en minder cumulatieve vermoeidheid binnen één sessie veroorzaakt. De optimale frequentie is sterk individueel en hangt af van herstelvermogen, beschikbare trainingstijd en persoonlijke voorkeur.




